fartlek. gadverdamme!

wie niet op hetzelfde niveau wil blijven hangen, moet aan intervaltraining doen. zeggen de hardloopgoeroes. probleem: ik heb een hekel aan intervaltraining. ik ben een diesel die één tempo prefereert. heb ik tijdens een duurloop van 18 kilometer een verval van een halve minuut tussen de rapste en langzaamste kilometer, dan vind ik dat veel. ik ben van de regelmaat. maar door al die dieselloopjes ontdek ik dat ik inboet aan snelheid en ik zal toch een bepaald tempo in de benen moeten hebben om die afstand van 42.195 meter in een redelijk tempo te volbrengen; ik heb uitgerekend dat ik voor een eindtijd van 4:30 uur (ja, dat is mijn streeftijd) gemiddeld 6:25 minuten per kilometer nodig heb. normaal gesproken is dat een tempo waarbij ik zou omvallen, maar ben ik nog steeds een grote jongen na vierenhalf uur? ik heb geen flauw benul. mijn verste afstand liep ik een dikke week geleden in nijmegen, 21.2 kilometer. daar moet dus nog dezelfde afstand bij. toch maar intervallen? om wat aan mijn snelheid te doen, ben ik vanmorgen begonnen met iets wat een beetje op interval lijkt: fartlek. het klinkt ongelooflijk vies - lekkende scheten (fart is engels voor scheet, wind, poepje). de term fartlek komt overigens uit scandinavië, weet wikipedia te melden: fartlek is het zweedse woord voor snelheidsoefeningen. het nederlandse woord is vaartspel. (...) heuvels en viaducten worden gebruikt voor een extra inspanning. wachten voor een verkeerslicht is een rustmoment. sprinten van de ene naar de andere lantaarnpaal en rustig joggen tot de volgende lantaarnpaal. vaartspel dus. als je genoeg vaart maakt tijdens de versnellingen, word je vanzelf moe. mijn eerste fartlek is wat dat betreft geslaagd. en het waren maar vier kilometertjes. of ik er ook sterker en sneller van word, moet de nabije toekomst uitwijzen. ik ben er nog lang niet, maar het is ook nog geen april 2016.

Reacties